Een dag in een leerherberg

Elke dag in zo’n Leerherberg heeft zijn eigen inhoud. Een voorbeeld volgt.

Onderwijs aan dove kinderen.

De docent Fatou is niet de eerste die ’s ochtends bij de leerherberg aankomt. Zoals altijd zijn een paar dove kinderen haar voor. In gebarentaal nodigt zij haar leerlingen uit om naar binnen te komen. Met veel lawaai gaan de kinderen naar hun plaats op een vaste bank langs de ronde buitenmuur. Even ergert zij zich aan alle herrie, maar meteen realiseert zij zich dat dat onzin is: dove kinderen horen zichzelf niet. Fatou heeft zich een tijd geleden vrijwillig aangemeld om dit werk te doen, maar vindt het niet altijd eenvoudig. Je moet veel geduld hebben. Samen met de kinderen telt zij de leerlingen van die dag: 7 jongens en 4 meisjes. Dat schrijft ze ook op het bord, onder de datum. Vandaag gaat ze een aantal gebaren instuderen die te maken hebben met dieren: koe, kip, haan, schaap, geit en ezel. Ze tekent een koe op het bord en maakt het bijpassende gebaar. Daarna moet iedereen om de beurt het gebaar nadoen. Zo begint de dag die verder gaat met een lees- en schrijfoefening. Na een korte pauze gaan ze rekenen. De ochtend wordt afgesloten met een spelletje op de binnenplaats van de leerherberg. Aan het eind van de ochtend zit Fatou’s taak in de leerherberg er op. De cursus voor doven is alleen ’s morgens. Dat is speciaal zo gedaan om ervoor te zorgen dat de kinderen niet vervreemd raken van thuis. Daarom ook geeft Fatou twee keer per week in de leerherberg les aan ouders en vrienden van de doven. Om hen gebarentaal te leren en met hen te praten over de problemen die je als dove in het leven tegenkomt en hoe je daar als omgeving het beste mee kunt omgaan. Op hun beurt reiken de ouders en vrienden nieuwe ideeën aan voor activiteiten in de leerherberg.

Een korte cursus alfabetisering voor gevorderden.

Terwijl Fatou nog les aan het geven is, is ook Amadou bij de leerherberg aangekomen. Net als Fatou heeft hij de middelbare school doorlopen, maar is hij gezakt voor zijn eindexamen en vervolgens afgehaakt. Hij is niet de enige die er zo voorstaat. Veel van zijn vrienden die wèl met een studie waren begonnen, zijn er halverwege door geldgebrek mee gestopt. En dan is er ook nog eens nauwelijks uitzicht op werk voor wie wel is afgestudeerd. Amadou had al snel door dat je in het leven moet roeien met de riemen die je hebt en met de kennis die je hebt verworven. Zo is hij een tijdje geleden ook in de leerherberg geïnteresseerd geraakt en lid geworden van de UNESCO club die de leerherberg in zijn dorp beheert. Toen de leerherberg startte met een cursus alfabetisering voor gevorderden werd het enthousiasme van Amadou beloond en werd hij gevraagd om begeleider van deze activiteit te worden. Zoals Fatou krijgt hij daarvoor een kleine vergoeding. Amadou gaat naar het kantoortje van de leerherberg, dat met zijn verzameling leesboeken ook dienst doet als dorpsbibliotheek. Hij bereidt zijn werk van die middag voor. Om vier uur ontvangen de deelnemers aan zijn cursus, zo’n tien vrouwen, een spreker van buiten. Het is de verpleegster van de plaatselijke Poste de santé. Als voorbereiding op haar bezoek heeft Amadou samen met zijn cursisten een vragenlijstje opgesteld. Tijdens het gesprek met de verpleegster moeten de cursisten aantekeningen maken die ze de volgende dag met elkaar doornemen. Zo krijgt het leren lezen en schrijven, zin. Amadou toont dat kennis niet alleen worden verworven, maar ook moet worden gebruikt om daarmee beter te leven.

Ook anderen komen die dag naar de Leerherberg.

N’fally, de voorzitter van de UNESCO club komt met de secretaris en de penningmeester in het kantoortje. Ze verwachten bezoek van een goede doelen organisatie die meer wil weten over het dorp en de Leerherberg. De UNESCO club hoopt die organistaie te interesseren voor deelname aan een activiteit in de Leerherberg. Dat lukt. De bezoekers zijn enthousiast: “Wij zien dat deze leerherberg een plek is waar mensen de mogelijkheid krijgen om zelf met ideeën en voorstellen te komen en op die manier aan de eigen toekomst te werken.” Aan het eind van de dag zien we tot slot Pierre, die een paar scrabbleborden uit het bureautje haalt. Met enkele onderwijzers en andere ‘intellectuelen’ hebben zij een clubje dat ontspanning zoekt door inspanning. Ook dat kan in de Leerherberg. En in de ‘Preau’,( het overdekte buitengebouw) zijn een tiental scholieren verzameld die, verspreid over de banken, hun huiswerk maken. Immers hier is elektriciteit en dus goede verlichting. Dat gaat ze een stuk makkelijker af, dan met het olielampje, waar ze het thuis mee moeten doen en het is bovendien gezelliger.

terug